5 hef­bomen

Geen omelet zonder eieren te breken. Om te stijgen in de Global Talent Competitiveness Index moeten we ingrijpende veranderingen doorvoeren. Concreet onderscheiden we 5 hefbomen, elk met specifieke hindernissen en doelstellingen.

Talent voor morgen:
goed moet geweldig worden!

1Een flexibel en doelmatig aanbod van professioneel gerichte opleidingen

Om studenten te kunnen opleiden tot professionals die klaar zijn voor de arbeidsmarkt, moeten we ons opleidings- en onderzoekaanbod optimaal afstemmen op de samenleving van morgen én overmorgen.

De cijfers spreken immers voor zich: bezit je een hogeschooldiploma, dan heb je 95,8% kans om binnen het jaar werk te vinden.

Het grote aandeel van opleidingen in Science, Technology, Engineering & Mathematics (STEM) en knelpuntdomeinen speelt daarbij een bijzondere rol. De markt snakt vooral naar creatieve en technische profielen.

Knelpunten en STEM-opleidingen

Maar dat kan nog beter door vlot bestaande opleidingen te vernieuwen of nieuwe opleidingen te creëren. Alleen zo houden we gelijke tred met de snel veranderende samenleving en vraag vanuit het werkveld.

Wat zijn de hindernissen?

Een veelheid aan advies- en goedkeuringsprocedures maakt het vandaag onmogelijk om de uitkomst van een opleidingsaanvraag te voorspellen. Samengevat zijn de procedures onsamenhangend, weinig transparant, niet chronologisch en te vaak voer voor discussie tussen meerdere partijen. Bovenop dit gebrek aan uniformiteit, zijn ook de verantwoordelijkheden van de hogescholen en de overheid onjuist verdeeld. Zo moeten (concurrerende) hogescholen elkaar vandaag advies geven over mogelijke opleidingen. Waarom is er geen onafhankelijk orgaan met voldoende sectorale expertise?

Ook het financieringssysteem met gesloten enveloppe op basis van het marktaandeel zorgt voor een ongezonde concurrentie tussen hogescholen. Onnodige spanningen die ten koste van de kwaliteit het onderwijs gaan.

Daarom deze 3 doelstellingen:

  • een flexibel en transparant opleidingsaanbod voor wie een studie wil kiezen
  • een flexibel, doelmatig opleidingsaanbod dat proactief kan inspelen op de noden van de arbeidsmarkt en de samenleving
  • een flexibel opleidingsaanbod dat rationeel en verantwoord is
> Bekijk het actieplan

2Een flexibel aanbod van levenslang leren, digitaal ondersteund

Loopbanen worden langer en nodige competenties veranderen door de tijd heen. Om de lokale en internationale inzetbaarheid te garanderen, hebben we nood aan levenslang leren. Daarom richten de hogescholen zich nu al op professionals ouder dan 30. Een trend die we in de toekomst verder moeten versterken, willen we tot de absolute top behoren.

Aantal 30-plussers ingeschreven in het hoger onderwijs

Wat zijn de hindernissen?

Hogescholen missen de middelen om optimaal in te spelen op de specifieke noden van individuele (werk)studenten. Wie werkt, heeft een modulair programma op maat nodig. Maar op dit moment profiteren we nog niet genoeg van de mogelijkheden die digitale leerplatformen en bijbehorende digitale content ons bieden.

Daarnaast mogen hogescholen geen masteropleidingen aanbieden. Enkel de Schools of Arts en de Hogere Zeevaartschool hebben dat voorrecht. Nochtans zien we een groeiende vraag naar masters, zeker in het internationale werkveld en in zeer specifieke professionele niches. Zo is bijvoorbeeld een bachelor-na-bachelor buiten onze grenzen een onbekend begrip.

Daarom deze 3 doelstellingen:

  • hogescholen willen een inhoudelijke regierol opnemen voor de ontwikkeling van een aanbod van levenslang leren
  • een flexibel en modulair aanbod creëren van (vervolg)opleidingen op maat van (werk)studenten, digitaal ondersteund
  • een pragmatisch aanbod van professionele masteropleidingen aan hogescholen in welbepaalde niches organiseren
> Bekijk het actieplan

3Meer praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek

Vlaamse hogescholen zijn ook innovatiecentra. Met een praktijkgerichte aanpak cocreëren docenten, onderzoekers en studenten er over de verschillende domeinen heen. Ze ontwikkelen innovatieve, toepasbare oplossingen voor het werkveld en houden de vinger aan de pols met nieuwe experimenten en projecten. Door een actievere rol in kennisnetwerken volgen ze bovendien de behoeften van dat werkveld op de voet en houden ze voeling met de wetenschappelijke wereld.

onderzoeksindicatoren 2017

Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (PWO) staat ook dicht bij de onderwijsactiviteiten. Denk maar aan practica, labo’s, essays, stages, bachelorproeven en werkplekleren.

In Vlaanderen wordt veel kennis ontwikkeld maar slechts een deel ervan vindt de weg naar concrete toepassingen in de praktijk. Dat is de Vlaamse innovatieparadox. De Global Talent Competitiveness Index bevestigt deze achterstand. Het kan en moet beter.

Wat zijn de hindernissen?

Vandaag beschouwen verschillende maatschappelijke spelers hogescholen nog onvoldoende als kennispartners voor onderzoek en ontwikkeling. Die houding vertaalt zich ook in de beperkte overheidsfinanciering voor onderzoek.

Daarom deze 3 doelstellingen:

  • onderzoek aan de hogescholen dat een stevige plaats inneemt in de kennisketen (door nog meer co-creatie met ondernemingen en social-profitorganisaties, en de dienstverlening die eruit voortvloeit mogelijk te maken)
  • ontwikkelingskansen voor de hogescholen om hun kennispotentieel te mobiliseren en zo de Vlaamse innovatie-paradox op te lossen
  • Investeringen in de state-of-the-art onderzoeksinfrastructuur
> Bekijk het actieplan
Omzet onderzoeksmiddelen

4Versterking van de internationalisering

De toplanden in de Global Talent Competitiveness Index scoren steevast hoog voor internationalisering. Dat moet ook voor Vlaamse hogescholen een van de strategische doelen worden. Want hoe ruimer de blik, hoe beter.

Het gaat daarbij om meer dan het aantrekken van buitenlands talent en het uitzenden van docenten, onderzoekers en studenten. Internationalisering is een mentaliteit die zichtbaar moet zijn in onder meer de kwaliteit van de opleidingen, onderzoek en dienstverlening.

Engelstalige bacheloropleidingen aan de Vlaamse hogescholen

Wat zijn de hindernissen?

Ondanks onze centrale ligging en goede reputatie bieden we te weinig anderstalige opleidingen aan.

Dat aanbod moet beter, net als de branding van Vlaanderen en Brussel als studiebestemming. Een mooi begin is een doordachte officiële vertaling van ‘hogeschool’ in het Engels. Nu is de officiële vertaling ‘University College’, maar niemand in het buitenland weet precies waar dat voor staat.

Daarnaast missen we een bredere internationaliseringsstrategie, waarin alle actoren elkaar stimuleren en ondersteunen.

Daarom deze 3 doelstellingen:

  • studenten vormen tot professionele wereldburgers, met sterke interculturele competenties en persoonlijkheid
  • bijdragen aan de sociaaleconomische, innovatieve en artistieke uitstraling van Vlaanderen in de wereld
  • (h)erkend worden als toonaangevende kennis- en hogeronderwijsinstellingen door stakeholders in binnen- en buitenland
> Bekijk het actieplan

5Een correcte en doelmatige financiering

Gemiddeld geven de 36 – over het algemeen welvarende – OESO-landen 1,6% van hun bruto binnenlands product aan hoger onderwijs. Vlaanderen zit onder dat gemiddelde met een aandeel van 1,3% van het bruto regionaal product. Concreet: er zou 746 miljoen euro meer naar de financiering van het hoger onderwijs en bijhorende flankerende maatregelen moeten vloeien.

Zwitserland, dat al jaren autoritair de GTCI aanvoert, spendeert jaarlijks bijna 2.000 USD meer aan elke student hoger onderwijs.

Besparingsmaatregelen die werden doorgevoerd sinds 2011

Wat zijn de hindernissen?

In de eerste plaats knaagden recente besparingsrondes aan het budget. In 2018 bedroeg de impact daarvan 38 miljoen voor hogescholen.

Een tweede probleem is de verdeling van de financieringstaart. Minder dan 10% komt van de studenten zelf. Dat aandeel ligt in andere landen een stuk hoger. 

De voornaamste hindernis gaat over hoe de overheid de hogescholen financiert. De ‘gesloten enveloppe’ staat deels los van de realiteit en hecht een te groot belang aan het marktaandeel van hogescholen. Eenmaal je wat marktaandeel prijsgeeft, beland je ook qua budgetten snel in een neerwaartse spiraal. Het gevolg: elke hogeschool probeert zich met communicatieacties en marketing naar studenten te weren. De grootste verliezer hiervan is de kwaliteit van het onderwijs.

Daarom deze 3 doelstellingen:

  • 1.500 euro extra per student om de financiering van het hoger onderwijs op een internationaal peil te brengen en onze hogescholen maatschappelijk weerbaar te maken
  • de perverse effecten in het financieringsmechanisme wegwerken
  • het studiesucces van de studenten verhogen.
> Bekijk het actieplan

Willen we deze 5 strategische hefbomen benutten, dan moeten de hogescholen dringend werk maken van een actieplan

> 1 actieplan